Platform Modernisering Strafvordering

Pmsv

KEI is dood, lang leve KEI!? Over de invloed van de digitalisering op het denkproces van griffiers en rechters

Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc, 'KEI is dood, lang leve KEI!? Over de invloed van de digitalisering op het denkproces van griffiers en rechters', Platform Modernisering Strafvordering 2018-11, p.

    In april 2018 bracht de Raad voor de rechtspraak het nieuws naar buiten dat KEI wordt gereset,1xBrief van de Raad voor de rechtspraak aan inister Dekker, www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2018-brief-reset-digitalisering.pdf, laatst geraadpleegd op 18 april 2018. maar dat de digitalisering (ook op het terrein van het strafrecht) doorgaat.2xwww.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Vragen-en-antwoorden-over-digitale-toegankelijkheid-in-plaats-van-automatisering.aspx?pk_campaign=redactie&pk_medium=e-mail&pk_source=nieuwsbrief&pk_keyword=nieuwsbrief, laatst geraadpleegd op 18 april 2018. Volgens de Raad is digitalisering van juridische procedures ‘een onontkoombare ontwikkeling die maatschappelijk zeer gewenst is’.3xBrief van de Raad voor de rechtspraak aan minister Dekker. Het doel na de reset is de verbetering van de digitale toegankelijkheid voor rechtzoekenden en professionals.4xBrief van de Raad voor de rechtspraak aan minister Dekker. Wat opvalt in de berichtgeving rond de reset, maar ook in de tot nu toe gepubliceerde wetenschappelijke bijdragen betreffende de digitalisering, is dat de nadruk ligt op het ketenperspectief,5xC. de Blok, A. Seepma, D.P. van Donk & I. Roukema, ‘Ervaringen met digitalisering in vier Europese strafrechtketens’, NJB 2015, 10, p. 612-618. de verbetering van het berichtenverkeer6xM. Kessler, ‘Een digitaal strafproces in een nieuw Wetboek van Strafvordering’, DD 2018/15. Zie ook E.F. Stamhuis, ‘Wel ambitieus, niet visionair. De digitalisering in Modernisering Strafvordering’, Platform Modernisering Strafvordering 2018-3, p.1. of op hoe de opslag en het beheer van processtukken7xM. van Wees, ‘Naschrift bij het artikel “Modernisering en digitalisering van het strafproces” (DD 2015/72)’, DD 2016/28; J.W. van Wetten, ‘Reactie naar aanleiding van het artikel Modernisering en digitalisering van het strafproces (DD 2015/72)’, DD 2016/27. en de authenticiteit en integriteit van processtukken8xM.E. van Wees, ‘Modernisering en digitalisering van het strafproces’, DD 2015/72, p. 804-808. kunnen worden gewaarborgd.9xRapport review commissie, www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2018-rapport-review-commissie.pdf, laatst geraadpleegd op 18 april 2018. Natuurlijk zijn deze punten van evident belang: zonder gedegen ketenperspectief en waarborgen voor de opslag en het beheer van processtukken is het digitaliseringsproject (ook) in het strafrecht gedoemd te mislukken. Eén perspectief is echter opvallend afwezig in de discussie tot nu toe:10xDe enige kritiek op de veranderde werkwijze door de digitalisering die ik heb kunnen vinden, is afkomstig uit Van Wees, DD 2015/72, p. 803. hoe verandert de digitalisering het werk van griffiers en rechters, en welke invloed heeft digitalisering op het denkproces van deze beroepsgroepen? In deze korte bijdrage ga ik op dit thema in aan de hand van literatuur over het verband tussen (cognitief) denken en het (fysiek en ruimtelijk) ‘denken met handen’.

    Werken met een digitaal dossier maakt het (griffiers- en) rechterswerk namelijk anders (en niet per definitie beter). De wetgever stelt (zeer eenzijdig) dat het proces sneller en goedkoper zal worden door te werken met een digitaal dossier.11xMvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14. Een van de doelen van het moderniseringsproject is dan ook het (beter) faciliteren van een digitaal proces (in plaats van het huidige papieren proces). De wetgever wil in het nieuwe Wetboek van Strafvordering handelingen techniekonafhankelijk formuleren, waarmee de deur wagenwijd openstaat voor onder andere het gebruik van een elektronisch dossier.12xMvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14. Als rechters meer met elektronische dossiers gaan werken, kunnen volgens de wetgever ‘gegevens snel en zonder kosten beschikbaar worden gesteld aan de deelnemers aan het strafproces’.13xMvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14. Overigens klagen de geïnterviewde en geobserveerde griffiers in Van Oorschots dissertatieonderzoek erover dat het werken met een digitaal dossier (nog) niet tot een werklastverlichting heeft geleid. I. van Oorschot, Ways of Case-Making (diss. Rotterdam), Enschede: Ipskamp 2018, p. 175. (Hiermee lijkt de wetgever over het hoofd te zien dat ook het elektronische dossier ergens moet worden opgeslagen, dat iemand toezicht moet houden op de inhoud van het dossier, dat iemand handelingen met betrekking tot het versturen van het dossier moet verrichten, en nog veel meer. Dit kan natuurlijk niet allemaal ‘zonder kosten’ plaatsvinden.)
    De keuze om over te stappen naar een digitaal dossier en daarbij gebruik te maken van andere vormen van registratie zijn voornamelijk gebaseerd op praktische overwegingen – zoals het snel en goedkoper delen van informatie – en het idee dat (verdere) digitalisering onontkoombaar is. Een principieel argument tegen vergaande digitalisering wordt door de wetgever over het hoofd gezien: mensen, en dus ook rechters, denken niet alleen met hun hoofd maar ook met hun handen.14xZie theoretisch: B. Latour, ‘Visualization and Cognition: Thinking with Eyes and Hands’, in: H. Kuklick e.a. (red.), Knowledge and Society Studies in the Sociology of Culture Past and Present, Greenwich: Jai Press 1986, p. 1-40; aangepaste versie in: M. Lynch & S. Woolgar (red.), Representation in Scientific Activity, Cambridge, MA: MIT Press 1990, p. 19-68; C. Baber, M. Parekh & T.G. Cengiz, ‘Tool use as distributed cognition: how tools help, hinder and define manual skill’, Front Psychol 2014, 5, doi: 10.3389/fpsyg.2014.00116. Zie voor experimenteel onderzoek o.a.: G. Vallée-Tourangeau, M. Abadie & F. Vallée-Tourangeau, ‘Interactivity fosters Bayesian reasoning without instruction’, Journal of Experimental Psychology: General, 2015, 144(3), p. 581-603; F. Vallée-Tourangeau, S. Vork Steffensen, G. Vallée-Tourangeau & M. Sirota, ‘Insight with hands and things’, Acta Psychologica 2016, 170, p. 195-205. Zo blijkt uit experimenteel onderzoek ‘that enabling the physical manipulation of the problem information (…) substantially improves statistical reasoning, without training or instruction’,15xVallée-Tourangeau, Abadie & Vallée-Tourangeau 2015, p. 581-603. en dat het werken met fysieke modellen tot betere oplossingen leidt in inzichtstaken dan het werken met een tablet.16xVallée-Tourangeau, Vork Steffensen, Vallée-Tourangeau & Sirota 2016, p. 195-205. Verder scoren Scrabble-spelers die de lettertegels gebruiken tijdens het denken (bijvoorbeeld door de letters te verplaatsen en te ordenen) beter tijdens het spel dan spelers die enkel in gedachten woorden van hun lettertegels vormen.17xP.P. Maglio, D. Matlock, B. Raphaely, B. Chernicky & D. Kirsh, ‘Interactive skill in Scrabble’, in: Proceedings of Twenty-first Annual Conference of the Cognitive Science Society, Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum 1999, p. 326-330. Het is mogelijk dat de resultaten van deze voorbeelden uit wetenschappelijk onderzoek zich niet direct laten vertalen naar de rechtspraktijk, maar uit dit onderzoeksparadigma blijkt wel dat het werken met en het verwerken van fysieke stukken of objecten het gedachteproces versterkt casu quo ondersteunt.18xHet gaat daarbij om interactivity, dat wordt gedefinieerd als: ‘the processes involved when thinking and problem solving take place in environments where people and things exert a reciprocal influence upon one another’. Zie voor een theoretische uitleg over dit systemic thinking model: G. Vallée-Tourangeau & F. Vallée-Tourangeau, ‘Cognition beyond the classical information processing model: Cognitive interactivity and the systemic thinking model (SysTM)’, in: S. Cowley & F. Vallée-Tourangeau (eds.), Cognition beyond the brain, Londen: Springer 2017, p. 133-153. Zie voor een recent wetenschappelijke onderzoek: N. Henok, F. Vallée-Tourangeau & G. Vallée-Tourangeau, ‘Incubation and interactivity in insight problem solving’, Psychological Research 2018 (alleen online beschikbaar).
    Het gebruik van handen om informatie te sorteren en te verplaatsen is afwezig bij een digitaal dossier. Dit betekent dat het griffiers- en rechterswerk vrijwel uitsluitend cognitief van aard wordt, en het ‘denken met handen’ verloren dreigt te gaan, terwijl, als men nu langs de kamers van griffiers en rechters loopt, in iedere kamer een eigen werkwijze met papieren dossiers kan worden waargenomen. De papieren stukken blijven niet, nadat ze via de griffie naar de griffier en vervolgens naar de rechters gaan, onberoerd in het dossier zitten. Dit betreft niet alleen het bladeren in een dossier om bepaalde processtukken te lezen, maar bijvoorbeeld ook om processtukken te ordenen (en daarmee dus ook gedachten te ordenen) of bepaalde processtukken naast elkaar te leggen en te vergelijken.19xDit laatste kan ook digitaal plaatsvinden bij een groot scherm of meerdere beeldschermen. Het punt is niet dat het technisch niet mogelijk is met een digitaal dossier, maar dat fysieke manipulatie van informatie helpt bij de cognitieve verwerking en analyse van informatie. Griffiers en rechters denken, als zij de beschikking hebben over een papieren dossier, duidelijk ook met hun handen.
    Overigens komen ook uit de praktijk kritiekpunten (of, om positief te blijven, verbeterpunten) op de digitalisering van het strafproces. Zo blijkt er (nog) geen tijdbesparend effect van het werken met een digitaal dossier voor griffiers te zijn (ten minste zo ervaren de door Van Oorschot geïnterviewde en geobserveerde griffiers de overstap naar het digitale strafproces).20xVan Oorschot 2018, p. 175. De vraag is ook of deze efficiëntieslag kan worden gemaakt: de strafzaak moet hoe dan ook worden voorbereid, het voorbereidingsformulier moet worden opgesteld en het vonnis moet worden geschreven. De enige mogelijkheid waardoor deze handelingen efficiënter kunnen worden verricht, is wanneer delen van processen-verbaal kunnen worden geknipt en geplakt in het voorbereidingsformulier en het vonnis (in plaats van dat deze worden overgetypt). Daar staat tegenover dat de griffiers en rechters het dossier in een uniforme, digitale structuur krijgen, waarin fysieke manipulatie van de stukken niet of nauwelijks mogelijk is. Een tweede verbeterpunt is dat de personen die met de nieuwe systemen gaan werken ook betrokken worden bij de ontwikkeling van die systemen, anders ‘ontstaat er geen synergie tussen het werkproces en het innovatieproces en kan innovatie geen energie geven voor verandering’.21xM. Boer, Digitaliseren uitdagend rechtbankdossier. Ontwikkeling van de digitale rechtbank via een dialogisch proces, Den Haag: De Haagse Hogeschool 2018, p. 14. Rechter Van Wees merkte dit ook op: ‘[D]e leesbaarheid en structuur van het dossier [moeten] op orde zijn. Waar één blik op een fysiek document vaak voldoende informatie verschaft over de inhoud ervan, moet de gebruiker van een digitaal dossier het doen met de namen van mappen en bestanden. Dat vereist goede afspraken, maar ook vulling van het dossier door medewerkers met verstand van zaken.’22xVan Wees DD 2015/72, p. 803. Ten slotte dient volgens een meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam zorgvuldig aandacht te worden besteed aan het systeem dat de authenticiteit van de digitale processtukken moet waarborgen,23xRb. Rotterdam 3 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8531. maar dat is een onderwerp waaraan in de literatuur en door de wetgever (zoals in de inleiding al werd vermeld) veelvuldig aandacht wordt geschonken.

    Het staat als een paal boven water dat de digitalisering van het strafproces de werkwijze, inclusief het denkproces, van griffiers en rechters verandert. De vraag is of in de digitaliseringsdrang daarvoor voldoende aandacht bestaat. Gezien de geringe aandacht in de berichtgeving vanuit de Raad voor de rechtspraak en de wetgever, maar ook in de literatuur, lijkt die vraag negatief te moeten worden beantwoord. Dat wekt bevreemding want uiteindelijk zijn het nog steeds rechters die recht moeten spreken, en dus moeten werken met het digitale dossier. Dat anderen – burgers en professionals – profiteren van een verbeterde toegankelijkheid mag niet ten koste gaan van het rechterlijke denkproces. Het papieren dossier maakt het mogelijk dat stukken (directer) kunnen worden gemanipuleerd24xWaarmee ik natuurlijk doel op de fysieke manipulatie – bijvoorbeeld het verplaatsen – en niet op inhoudelijke manipulatie. waardoor iedereen een werkwijze kan hanteren die bij het werk, zijn eigen wensen en de taak past. Uiteindelijk is het doel van het strafprocesrecht namelijk om het materiële strafrecht correct toe te passen, ongeacht hoe griffiers en rechters met processtukken omgaan.

    Natuurlijk is het mogelijk bepaalde stukken te printen, maar dat staat haaks op het idee van de wetgever dat het werken met digitale dossiers efficiënter is.25xMvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14. Daarnaast brengt het printen van processtukken het gevaar met zich dat bepaalde stukken ten onrechte als belangrijk worden aangemerkt en geprint en ter voorbereiding worden gelezen, of andersom dat onbelangrijke stukken niet worden geprint. Ook op enig moment het volledige dossier printen, brengt altijd het risico met zich dat aan het digitale dossier op het laatste moment processtukken worden toegevoegd. Alle efficiëntiewinst gaat verloren als een digitaal dossier naast meerdere papieren dossiers bestaat, waarbij iedereen ook telkens het overzicht moet behouden of er verschil bestaat tussen (1) het digitale dossier en de papieren dossiers en (2) de papieren dossiers onderling die door verschillende rechters zijn geprint.
    Hoe dan ook, mijns inziens moet niet efficiëntie de doorslag geven bij de vormgeving van het proces,26xAl is enige mate van efficiëntie natuurlijk noodzakelijk, maar de begrenzing in tijd wordt ook door het recht op berechting binnen redelijke termijn bepaald. Daarnaast is het niet mijn indruk dat rechters er alles aan doen om zo inefficiënt recht te spreken, in tegendeel zelfs. maar dient de wetgever de randvoorwaarden te creëren waarbij de kans op onjuiste rechterlijke beslissingen wordt geminimaliseerd. Gezien de literatuur over het denken met handen vormt enkel een digitaal dossier niet de beste methode om informatie over te brengen en op te nemen, terwijl het werken met verschillende parallelle dossiers ook risico’s met zich brengt. De argumenten van de wetgever voor een digitaal dossier – dat de digitalisering onontkoombaar is, tot een efficiënter proces leidt en de toegankelijkheid verbetert – laten onbelicht of het werken met digitale dossiers voor rechters ook inhoudelijke voordelen oplevert. De vraag die beantwoord zou moeten worden voordat de digitalisering wordt gereset/doorgezet, is of en onder welke voorwaarden de digitalisering van de rechtspraak het werk van de rechters vereenvoudigt en/of verbetert.

Noten

  • 1 Brief van de Raad voor de rechtspraak aan inister Dekker, www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2018-brief-reset-digitalisering.pdf, laatst geraadpleegd op 18 april 2018.

  • 2 www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Vragen-en-antwoorden-over-digitale-toegankelijkheid-in-plaats-van-automatisering.aspx?pk_campaign=redactie&pk_medium=e-mail&pk_source=nieuwsbrief&pk_keyword=nieuwsbrief, laatst geraadpleegd op 18 april 2018.

  • 3 Brief van de Raad voor de rechtspraak aan minister Dekker.

  • 4 Brief van de Raad voor de rechtspraak aan minister Dekker.

  • 5 C. de Blok, A. Seepma, D.P. van Donk & I. Roukema, ‘Ervaringen met digitalisering in vier Europese strafrechtketens’, NJB 2015, 10, p. 612-618.

  • 6 M. Kessler, ‘Een digitaal strafproces in een nieuw Wetboek van Strafvordering’, DD 2018/15. Zie ook E.F. Stamhuis, ‘Wel ambitieus, niet visionair. De digitalisering in Modernisering Strafvordering’, Platform Modernisering Strafvordering 2018-3, p.1.

  • 7 M. van Wees, ‘Naschrift bij het artikel “Modernisering en digitalisering van het strafproces” (DD 2015/72)’, DD 2016/28; J.W. van Wetten, ‘Reactie naar aanleiding van het artikel Modernisering en digitalisering van het strafproces (DD 2015/72)’, DD 2016/27.

  • 8 M.E. van Wees, ‘Modernisering en digitalisering van het strafproces’, DD 2015/72, p. 804-808.

  • 9 Rapport review commissie, www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2018-rapport-review-commissie.pdf, laatst geraadpleegd op 18 april 2018.

  • 10 De enige kritiek op de veranderde werkwijze door de digitalisering die ik heb kunnen vinden, is afkomstig uit Van Wees, DD 2015/72, p. 803.

  • 11 MvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14.

  • 12 MvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14.

  • 13 MvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14. Overigens klagen de geïnterviewde en geobserveerde griffiers in Van Oorschots dissertatieonderzoek erover dat het werken met een digitaal dossier (nog) niet tot een werklastverlichting heeft geleid. I. van Oorschot, Ways of Case-Making (diss. Rotterdam), Enschede: Ipskamp 2018, p. 175.

  • 14 Zie theoretisch: B. Latour, ‘Visualization and Cognition: Thinking with Eyes and Hands’, in: H. Kuklick e.a. (red.), Knowledge and Society Studies in the Sociology of Culture Past and Present, Greenwich: Jai Press 1986, p. 1-40; aangepaste versie in: M. Lynch & S. Woolgar (red.), Representation in Scientific Activity, Cambridge, MA: MIT Press 1990, p. 19-68; C. Baber, M. Parekh & T.G. Cengiz, ‘Tool use as distributed cognition: how tools help, hinder and define manual skill’, Front Psychol 2014, 5, doi: 10.3389/fpsyg.2014.00116. Zie voor experimenteel onderzoek o.a.: G. Vallée-Tourangeau, M. Abadie & F. Vallée-Tourangeau, ‘Interactivity fosters Bayesian reasoning without instruction’, Journal of Experimental Psychology: General, 2015, 144(3), p. 581-603; F. Vallée-Tourangeau, S. Vork Steffensen, G. Vallée-Tourangeau & M. Sirota, ‘Insight with hands and things’, Acta Psychologica 2016, 170, p. 195-205.

  • 15 Vallée-Tourangeau, Abadie & Vallée-Tourangeau 2015, p. 581-603.

  • 16 Vallée-Tourangeau, Vork Steffensen, Vallée-Tourangeau & Sirota 2016, p. 195-205.

  • 17 P.P. Maglio, D. Matlock, B. Raphaely, B. Chernicky & D. Kirsh, ‘Interactive skill in Scrabble’, in: Proceedings of Twenty-first Annual Conference of the Cognitive Science Society, Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum 1999, p. 326-330.

  • 18 Het gaat daarbij om interactivity, dat wordt gedefinieerd als: ‘the processes involved when thinking and problem solving take place in environments where people and things exert a reciprocal influence upon one another’. Zie voor een theoretische uitleg over dit systemic thinking model: G. Vallée-Tourangeau & F. Vallée-Tourangeau, ‘Cognition beyond the classical information processing model: Cognitive interactivity and the systemic thinking model (SysTM)’, in: S. Cowley & F. Vallée-Tourangeau (eds.), Cognition beyond the brain, Londen: Springer 2017, p. 133-153. Zie voor een recent wetenschappelijke onderzoek: N. Henok, F. Vallée-Tourangeau & G. Vallée-Tourangeau, ‘Incubation and interactivity in insight problem solving’, Psychological Research 2018 (alleen online beschikbaar).

  • 19 Dit laatste kan ook digitaal plaatsvinden bij een groot scherm of meerdere beeldschermen. Het punt is niet dat het technisch niet mogelijk is met een digitaal dossier, maar dat fysieke manipulatie van informatie helpt bij de cognitieve verwerking en analyse van informatie.

  • 20 Van Oorschot 2018, p. 175.

  • 21 M. Boer, Digitaliseren uitdagend rechtbankdossier. Ontwikkeling van de digitale rechtbank via een dialogisch proces, Den Haag: De Haagse Hogeschool 2018, p. 14.

  • 22 Van Wees DD 2015/72, p. 803.

  • 23 Rb. Rotterdam 3 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8531.

  • 24 Waarmee ik natuurlijk doel op de fysieke manipulatie – bijvoorbeeld het verplaatsen – en niet op inhoudelijke manipulatie.

  • 25 MvT: Vaststellingswet Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (strafvordering in het algemeen), p. 14.

  • 26 Al is enige mate van efficiëntie natuurlijk noodzakelijk, maar de begrenzing in tijd wordt ook door het recht op berechting binnen redelijke termijn bepaald. Daarnaast is het niet mijn indruk dat rechters er alles aan doen om zo inefficiënt recht te spreken, in tegendeel zelfs.

Reageer

Tekst