Platform Modernisering Strafvordering

Pmsv

Archief

Platform Modernisering Strafvordering

Het kan u niet zijn ontgaan dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid bezig is met de grootste wetgevingsoperatie van deze eeuw tot nu toe: de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Het is een onderneming die haar weerga in het strafrecht in ieder geval niet kent sinds de introductie van het huidige Wetboek van Strafvordering in 1926.
Lees verder

Bijdrage leveren aan het Platform?

De redactie van het Platform Modernisering Strafvordering is op zoek naar auteurs die over de volgende onderwerpen een wetenschappelijke bijdrage of een opinie zouden willen schrijven:

Interesse? Neem contact op met redactiesecretaris Olga Koppenhagen: t.en.t@ziggo.nl

Recente artikelen

De toelaatbaarheid en wenselijkheid van berechting met aanwezigheid van procesdeelnemers via een videoverbinding01/2021

Mr. dr. B. de Wilde
Trefwoorden: videoconferentie, onderzoek ter terechtzitting, recht op een eerlijk proces, aanwezigheidsrecht, Coronamaatregelen

    Als gevolg van de Coronamaatregelen worden onderzoeken ter zitting soms zo ingericht dat bepaalde procesdeelnemers en publiek de zitting alleen via een videoverbinding kunnen bijwonen. In deze bijdrage wordt onderzocht of en, zo ja, onder welke voorwaarden, het in het algemeen juridisch toelaatbaar is om zittingen op die manier in te richten en of dat ook wenselijk zou zijn. Daarbij worden twee varianten onderscheiden: de volledig digitale zitting – die niet in een zittingszaal plaatsvindt – en de zitting waarbij de rechters en mogelijk ook de officier van justitie in de zittingszaal aanwezig zijn, maar de andere procesdeelnemers de zitting digitaal bijwonen. Na de beantwoording van de onderzoeksvraag worden suggesties gedaan voor een regeling in het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering.

Mr. dr. B. de Wilde

Mr. dr. B. (Bas) de Wilde is senior onderzoeker en docent bij De strafzaak en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Holland.

Een inhoudelijk kompas voor een uit koers geraakte voorlopigehechtenispraktijk03/2020

Mr. N. Hajjari
Trefwoorden: voorlopige hechtenis, onschuldpresumptie, ultimum remedium, theoretische grondslagen

    In dit artikel zal een inhoudelijk en operationeel normatief kader worden geformuleerd voor de toepassing van voorlopige hechtenis, waarbij de focus ligt op het zo veel mogelijk reduceren van het percentage onschuldigen dat aan het vrijheidsbenemende dwangmiddel wordt blootgesteld. Doel van de bijdrage is het inspireren van de wetgever om het moderniseringsproject te baat te nemen om de voorlopigehechtenisregeling grondig(er) te hervormen.

Mr. N. Hajjari

Mr. N. (Nordin) Hajjari is recent afgestudeerd in het strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Herstelbeslissingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering nader beschouwd02/2020

Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Trefwoorden: Modernisering Wetboek van Strafvordering, Herstelbeslissingen door lagere rechter en Hoge Raad, Verbeteren en aanvullen van rechterlijke beslissingen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, Gesloten stelsel en concentratie van rechtsmiddelen, Herstelbeslissingen door de Hoge Raad

    De voorstellen tot modernisering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering betreffen onder meer nieuwe bepalingen aangaande herstelbeslissingen door de strafrechter na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. De voorstellen codificeren voor een groot gedeelte de reeds tot ontwikkeling gekomen jurisprudentie. Nieuw is het gemarkeerde onderscheid tussen het aanbrengen van verbeteringen en het aanvullen van de rechterlijke beslissing. Dit onderscheid werkt door in de uitwerking wat betreft de procedurele bevoegdheden van de bij het strafproces betrokken partijen: de strafrechter, de Officier van Justitie, de verdachte, de benadeelde partij en in het voorkomende geval de (voogd van de) minderjarige. De voorgestelde nieuwe regeling roept vragen op met betrekking tot de beginselen van concentratie en geslotenheid van rechtsmiddelen. Tevens vraagt de regeling voor de aanvulling nadere bezinning: tot welk moment is aanvulling toegelaten met het oog op het aanweneden van rechtsmiddelen? De vraag is gerechtvaardigd of de regeling zoals voorgesteld niet nog eens kritisch moet worden bezien. In het hierna volgende artikel wordt die vraag bevestigend beantwoord.

Prof. dr. R.C.P. Haentjens

Prof. dr. R.C.P. (Rijnhard) Haentjens was vicepresident van het Gerechtshof Amsterdam en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Heimelijke toepassing van openlijke bevoegdheden02/2020

Prof. mr. T. Blom
Trefwoorden: recht op privacy, handschriftonderzoek en stemvergelijkend onderzoek, vingerafdruk, inbeslagneming van voorwerpen, DNA-onderzoek

    In het nieuwe wetboek worden ‘nieuwe’ opsporingsbevoegdheden geïntroduceerd die normaal gesproken openlijk worden toegepast maar straks ook heimelijk mogen worden ingezet. Het betreft het vergelijkend vingerafdrukken- en handpalmonderzoek, het handschrift- en stemvergelijkend onderzoek, inbeslagneming van voorwerpen en de inzet van daartoe strekkende steunbevoegdheden, het bij gelegenheid van een doorzoeking of betreden van plaatsen overnemen van gegevens en het bevel tot verstrekken van gegevens. In het artikel wordt aangegeven dat de invoering van deze bevoegdheden noodzakelijk en ook wenselijk is, waarbij de wettelijke regeling bovendien voldoet aan de eisen die daaraan door het EHRM worden gesteld. Het voordeel van codificatie is bovendien dat waar het nu vaak om een ongeregelde praktijk gaat, door codificatie duidelijk wordt onder wiens gezag de toepassing van de bevoegdheid valt en aan welke voorwaarden moet zijn voldaan voordat de bevoegdheid mag worden toegepast.

Prof. mr. T. Blom

Prof. mr. T. (Tom) Blom is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Universiteit van Amsterdam.

De procesinleiding02/2020

Het goede moment voor regie

Prof. mr. J.M. Reijntjes
Trefwoorden: moderne techniek, voorzittersbeslissing, dagbepaling, betekening, doorlooptijd

    De door de minister beoogde procesinleiding dreigt het aantal betekeningen sterk te verhogen. Verder blijven zijn voorstellen binnen de vertrouwde kaders; veel mogelijkheden van de moderne techniek worden onbenut gelaten.

Prof. mr. J.M. Reijntjes

Prof. mr. J.M. (Jan) Reijntjes is emeritus hoogleraar strafrecht aan de Open universiteit Nederland en de Universiteit van Curaçao, en lid van de Commissie Modernisering Wetboek van Strafvordering.