Platform Modernisering Strafvordering

Pmsv

Archief

Platform Modernisering Strafvordering

Het kan u niet zijn ontgaan dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid bezig is met de grootste wetgevingsoperatie van deze eeuw tot nu toe: de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Het is een onderneming die haar weerga in het strafrecht in ieder geval niet kent sinds de introductie van het huidige Wetboek van Strafvordering in 1926.
Lees verder

Recente artikelen

De elektronische betekening van gerechtelijke mededelingen: kanttekeningen bij een betrekkelijk nieuwe regeling01/12/2018

Drs. J.W. van Wetten
Trefwoorden: elektronische betekening, e-betekening, Wetboek van strafvordering, Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Berichtenbox, Berichtenbox app, akte van uitreiking

    De auteur concludeert dat wanneer de huidige regeling van de e-betekening in ongewijzigde vorm in Hoofdstuk 9 van Boek 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zou worden opgenomen en in werking zal treden, niet verwacht mag worden dat deze in de praktijk enige toegevoegde waarde zal hebben. Bovendien kan worden geconcludeerd dat de regeling dermate techniekafhankelijk is geformuleerd dat deze in de weg staat aan de toepassing van een handige en gebruikersvriendelijke voorziening als de Berichtenbox app. Wenselijk is de regeling te herzien met als vertrekpunt dat het elektronisch ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen geen geheel vrijblijvende aangelegenheid is voor de justitiabele. Het invoeren van een verplichting tot elektronische ontvangst voert wellicht te ver. Voorgesteld wordt aan een eenmaal gegeven instemming voor het elektronische ontvangen van gerechtelijke kennisgevingen de consequentie te verbinden dat de verzending van een kennisgeving door het Openbaar Ministerie voldoende is om een betekening in persoon aan te nemen. Dat zal het geval kunnen zijn indien de werking van de te gebruiken voorziening een grote mate van zekerheid biedt dat de kennisgeving de juiste persoon bereikt, dat – behoudens de mogelijkheid van een verstoring – de aan de persoon verzonden kennisgeving (doordat hij hiervan langs verschillende kanalen wordt genotificeerd) de persoon niet zal kunnen ontgaan en dat de verzending op bij wet voorschreven wijze wordt gelogd en in machinaal gegenereerde standaardverklaringen wordt vastgelegd opdat de rechter – mocht dit nodig zijn – de e-betekening kan controleren.

Drs. J.W. van Wetten

Drs. J.W. van Wetten is beleidsadviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Berechting door de enkelvoudige kamer01/12/2018

Dr. W.F. Korthals Altes
Trefwoorden: enkelvoudige kamer, politierechter, kantonrechter, mondelinge uitspraak, snelrecht

    De regeling van de berechting door de enkelvoudige kamer (politierechter en kantonrechter) wordt aanzienlijk vereenvoudigd door het opnemen van gemeenschappelijke regels, de verwijzing naar de algemene regels voor berechting en het schrappen van in onbruik geraakte procedures. Inhoudelijk en terminologisch blijft vrijwel alles bij het oude. De vraag is of deze aspecten niet ook moeten worden gemoderniseerd.

Dr. W.F. Korthals Altes

Dr. W.F. Korthals Altes is senior rechter bij de Rechtbank Amsterdam.

Beschouwing rapport Commissie-Koops: strafvordering in het digitale tijdperk01/11/2018

Mr. dr. J.J. Oerlemans
Trefwoorden: digitale opsporing, openbronnenonderzoek, beslag, data-analyse, big data

    De Commissie-Koops heeft onderzocht of het conceptwetsvoorstel Boek 2 voldoende rekening houdt met het digitale tijdperk anno 2018 en in de nabije toekomst. Dit artikel is een beschouwing op het rapport van de Commissie, waarbij de aanbevelingen met betrekking tot openbronnenonderzoek en het beslag op gegevensdragers uitgebreid besproken worden. Daarnaast wordt ingegaan op het fenomenen van de ‘dataficering’ van het opsporingsproces. In het artikel wordt antwoord gegeven op de vraag welke bijdrage het rapport heeft geleverd aan de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.

Mr. dr. J.J. Oerlemans

Mr. dr. J.J. Oerlemans is als onderzoeker verbonden aan eLaw, het Centrum voor Recht en Technologie van de Universiteit Leiden.

Modernisering van de beklagregeling ex artikel 12 Sv: ‘Full dress’ voor het slachtoffer?01/10/2018

Dr. R.S.B. Kool
Trefwoorden: klachtprocedure artikel 12 Sv, slachtofferrechten in het vooronderzoek, Grondslagen, vervolgingsmonopolie

    Met de invoering van de Wet Versterking Slachtoffers (VPS, 2010) hebben slachtoffers rechten gekregen waarmee zij inbreng kunnen hebben in het vooronderzoek. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om bij het uitblijven van vervolging of opsporing een klaagschrift in te dienen bij het hof in het kader van de artikel 12 Sv-procedure. Het voornemen van de minister is deze regeling te verruimen, onder andere om de staande jurisprudentie te codificeren. Hoewel de verruiming inhoudelijk bijval verdient, is nog onvoldoende sprake van een systematisch op elkaar betrekken van de klachtprocedure en de procespositie van het slachtoffer als belanghebbende bij het vooronderzoek. Handvatten daartoe kunnen worden ontleend aan het project Strafvordering 2001.

Dr. R.S.B. Kool

Dr. R.S.B. Kool is als universitair hoofddocent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut en Ucall.

Of/Of: de alternatieve kwalificatie01/09/2018

Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
Trefwoorden: Strafprocesrecht, Modernisering van strafvordering, Alternatieve kwalificatie, Kwalificatiebeslissing, Samengestelde tenlasteleggingen

    In het conceptwetsvoorstel voor Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (de berechting) wordt het voorstel gedaan om een alternatieve kwalificatie mogelijk te maken. In deze bijdrage wordt, na een uiteenzetting van het geldende recht en de wijziging die het voorstel daarin moet aanbrengen, onderzocht of in de praktijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid tot alternatieve kwalificatie. Die behoefte lijkt beperkt te zijn, en zich vooral voor te doen in de context van het gedifferentieerde stelsel van vermogensdelicten en deelnemingsvormen. Deze bijdrage werpt daarom de vraag op of het probleem, en bijgevolg de oplossing daarvan, niet eerder gelegen zijn in het materiële recht dan het strafprocesrecht. Op basis daarvan, alsmede op basis van een korte bespreking van mogelijke bezwaren tegen de alternatieve kwalificatie, wordt de stelling betrokken dat het voorstel nadere doordenking en onderbouwing behoeft.

Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen

Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.